Een Cursus in Wonderen

Een cursus in wonderen (ECIW)

Zoals reeds gemeld: ECIW is een gechanneld boek, ontvangen door Helen Schucmann, een Amerikaanse psychologe, die jarenlang bijna dagelijks boodschappen van Jezus doorkreeg. De verwerking  gebeurde door haar collega William Thetford  die het stenoschrift omzette in een klassieke tekst. En dat leidde uiteindelijk tot een kanjer van een boek van 1300 bladzijden opgebouwd uit drie delen: een tekstboek, een werkboek en een handboek voor leraren. Het boek was in mijn blikveld gekomen door de Nederlandstalige uitgave van het boek ‘Terugkeer naar liefde’ van de Amerikaanse Marianne Williamson, een van de eerste leraren die het boek wereldwijd onder de aandacht bracht

Bij de eerste Nederlandstalige uitgave van ECIW holde ik meteen naar de spirituele boekhandel, maar net als zoveel anderen gaf het me maar een gemengd gevoel en belandde het, na het doorworstelen van enkele tientallen bladzijden, in mijn bibliotheek. Waar ik het later nog eens sporadisch raadpleegde maar waarbij ik telkens in de problemen kwam met de, mijns inziens, behoorlijk moeilijke zinsbouw waardoor ik me telkens afvroeg: wat staat hier nu eigenlijk? Met andere woorden: ik voelde/voel mij te dom voor dit boek ( en gelukkig voelde ik me hierin niet alleen). En toch bleef het me intrigeren, vooral omdat er ook boeken verschenen die een duidelijker licht op de inhoud wierpen gecombineerd met een intens gevoel dat hier wel een heel rechtlijnige en overtuigende boodschap werd gebracht die me kon helpen in het bereiken van meer vrijheid, meer vreugde en meer vrede in mijn leven. En het was ook nooit in strijd of in tegenstelling met vele andere spirituele boeken die ik tot dan toe al had verslonden. Hierbij denk ik in de eerste plaats aan de boeken van Neale Donald Walsch,’ Gesprekken met God’.

Ik probeer het boek hier in enkele punten samen te vatten, of in elk geval weer te geven hoe ik het beleef én wat voor mij de essentie ervan is. 

  1. Hoewel ik een geestelijk tijdloos en ruimteloos wezen ben, aangesloten op een oneindig liefdevolle bron (God), heb ik mezelf ‘samengebald’ tot een fysiek wezen dat in het hier en nu zich op één plek manifesteert. Dit is dus een gigantische beperking van wie ik écht ben. En meteen ook ben ik schijnbaar het contact met mijn liefdevolle bron verloren.

  2. Belangrijk: hoezeer ik me ook bewust ben van mijn fysieke aanwezigheid, toch is deze manifestatie ook als niets meer of minder te beschouwen dan een ‘droom’, een droom die ik echter heel veel echtheidsgehalte geef ( in tegenstelling tot mijn nachtelijke dromen die ik, hoe werkelijk ze ook lijken en hoeveel zweet ze me ook soms kosten, gemakkelijk kan relativeren en afdoen als ‘het is maar een droom’). Het is een droom omdat ik mijn liefdevolle bron nooit hebben verlaten. Dit leven is dus niets anders dan een droom waarin ik me heb afgescheiden van mijn liefdevolle bron.

  3. Die droom voelt niet zo gemakkelijk, het is eerder een nachtmerrie. Van eenheid is geen sprake meer en ik voel me afgescheiden van andere wezens, er ontstaan schuldgevoelens en overtuigingen dat ik absoluut iets fout heb gedaan, en om mezelf niet op mijn kop te geven doe ik niks liever dan anderen de schuld geven van alles wat mij overkomt. Ik ben dus slachtoffer en de anderen zijn de boosdoeners. Nochtans heb ik dit allemaal zelf gecreëerd. Dit is dus heel essentieel: het erkennen en ( na grondige studie) ook ervaren dat mij niks overkomt dat ik niet zelf onbewust over me heen heb geroepen, waardoor ik nooit iemand anders als verantwoordelijke kan aanduiden. Het begin van alle wijsheid …

  4. Er is een inwendige stem in mij die ik als verantwoordelijke kan aanduiden voor al mijn negatieve overtuigingen over mezelf en voor al mijn negatieve oordelen over anderen. Die stem is de stem van het ego. Als ik naar die stem in mezelf luister dan kom ik tot de conclusie dat ik eigenlijk maar een dom manneke ben en dat ik op vele vlakken niet de moeite waard ben, wat ik dan weer probeer te camoufleren door me beter voor te doen dan ik ben en dan is er toch altijd de schrik dat de anderen me wel zullen ontmaskeren. Herkenbaar??  En al mijn oordelen over een ander zijn niks anders dan verborgen overtuigingen over mezelf die ik niet onder ogen wil zien. Prettig? Geenszins !

  5. Gelukkig is er ook een andere stem in mijzelf, een stem die mij er aan herinnert dat dit fysieke leven waar ik zoveel belang aan hecht maar een droom is, en dat al die negatieve overtuigingen en oordelen over mezelf geen enkele grond hebben, ik heb ze gewoon verzonnen. Die stem wordt in het boek de ‘Heilige Geest’ genoemd , maar je kan die stem ook even gemakkelijk  als die van je ‘Hoger Zelf’ aanduiden, of ook wel de stem van ‘Jezus’ en als je deze liever hoort als de stem van een overleden dierbare die je vanuit de geestelijke wereld ondersteunt, ook goed. Het is wel duidelijk dat veel mensen een  afkeer voelen voor christelijke connotaties als ‘Jezus’ en ’Heilige Geest’. Mijns inziens moet je daar ook doorheen leren te kijken.

  6. Nu zou het logisch zijn dat er tussen die twee stemmetjes een polemiek ontstaat van wellesnietes, maar daar is niks van aan. Vroeger zei mijn moeder altijd, bij ruzies met mijn broer: ‘iemand moet de wijste zijn’ en keek dan in mijn richting. De Heilige Geest is hier wel degelijk de meest wijze, omdat hij weet wie je in werkelijkheid écht bent , een liefdevolle goddelijke co-creatie, en die kan door niks of niemand ongedaan gemaakt worden, welke ‘smerige’ dingen we hier ook binnen de fysieke realiteit uithalen ( het is immers niet gebeurd, het is maar een droom). De Heilige Geest is echter wel beschikbaar om je te leiden richting je échte zelf, maar hij dringt zich op geen enkele manier op. Integendeel, hulp moet je vragen en er moet de bereidheid zijn om te luisteren, wat dan weer als gevolg heeft dat de stem van het ego naar de achtergrond verdwijnt. Maar dat ego is leep en de omslag van denken gebeurt niet zonder slag of stoot.

  7. Zoveel is nu duidelijk: ik heb twee stemmen in mij, een opdringerige en een afwachtende. Hiertussen zit ik, de keuzemaker. Het luisteren naar de stem van de Heilige Geest betekent een totale omslag in je kijk op de dingen. Dit is een weg die leidt naar een vreugde, een vrede en een vrijheid waar ik op dit moment zelf nog geen enkel zicht op heb en die zelfs niet vergelijkbaar is met wat ik binnen deze materiële wereld als vrijheid, vreugde en vrede omschrijf. Sommige mensen hebben tijdelijke verlichtingservaringen waarin die gevoelens eventjes oplichten en dat is zeer aantrekkelijk, want dit vraagt gewoon om meer. Ik heb deze extreme liefdesgevoelens waarbij je de eenheid voelt met alles nog niet ervaren.

  8. Waar vanaf dag één in de Cursus de nadruk op wordt gelegd: niets in deze fysieke wereld heeft enige betekenis… . Dit is niet niks, dit is de wereld op zijn kop. Alles waar ik waarde aan hecht en wat uiteindelijk verdwijnt ( in de eerste plaats mijn lichaam) heeft geen betekenis omdat het eindig is. Want niet te vergeten ik ben een tijdloos geestelijk wezen dat alle ruimte inneemt. En zo stap ik af van waarde te hechten aan geld en zelfs aan een ‘romantische’ relatie. Wat dan weer niet wil zeggen dat die dingen niet op mijn weg mogen en zullen komen. Niks belet mij om ervan te genieten, als ik ze maar niet verafgood en niet uit het oog verlies wie ik écht ben. Ik kan dus ‘in’ de wereld zijn en niet ‘van’ de wereld zijn.

  9. Een woord dat in de Cursus heel regelmatig terugkomt, is het woord ‘vergeving’. Het heeft heel lang geduurd voor ik daar een invulling aan kon geven die voor mij duidelijk is en de lading helemaal dekt. Het gaat dus niet om de klassieke betekenis: ik vergeef je omdat je mij een of ander onrecht hebt aangedaan.
    Vergeving gaat enkel over ‘zelfvergeving’.
    Ik vergeef mezelf omdat ik op de verkeerde manier naar mezelf kijk, als niet-liefde!
    De ander, dat ben ik! En mijn kijk op de ander is dus een kijk op mezelf. Een negatieve kijk op de ander is een negatieve kijk op mezelf, een gevolg van een verkeerde overtuiging over mezelf die ik mezelf ooit heb aangepraat. Dit vraagt dus om zelfvergeving, ter correctie van die verkeerde overtuiging.
    Alles wat me in de buitenwereld een slecht gevoel geeft vindt zijn oorzaak in de verkeerde kijk op mezelf …
    Er is altijd nood aan vergeving zolang ik oordelen heb over een ander. De weg naar verlichting gaat dus over de kunst van het niet-oordelen ( noch over positieve noch over negatieve ervaringen) en het komen tot volledige acceptatie van mezelf waardoor ook de ander volledig zal worden geaccepteerd.

Zo, met al deze inzichten een plaatsje te geven in mijn dagdagelijkse leven ben ik al een tijdje zoet. En dat dagdagelijkse leven biedt me absoluut voldoende oefenstof, waarin ik telkens opnieuw aan de verleiding moet weerstaan om de gemakkelijke weg van het ego te volgen, waarbij ik de ander o zo graag de schuld geef over alles wat mij wordt aangedaan.