Intro

In deze blog neem ik je mee naar enkele episodes uit mijn leven die ik pas achteraf heb ervaren als ‘wonderbaarlijk’ .  Mijn besluit ‘op latere leeftijd’ is dan ook dat ik geleid en ondersteund wordt van ‘bovenaf’.  Dat heeft voor gevolg dat ik de opdringerige stem van mijn ego het meeste van de tijd probeer opzij te zetten en dat ik bij het nemen van beslissingen of bij het ervaren van moeilijke periodes ik meer gericht ben op mijn intuïtieve stem die ik zou kunnen omschrijven als de stem van mijn  ziel of mijn ‘hoger zelf’.  Het verschil tussen die twee stemmen is duidelijk: alles wat mij een ‘goed gevoel’ geeft is een impuls van mijn ziel. Ik ben de keuzemaker. 
Verder zal ik vermoedelijk wel aangeven hoe ik in mijn dagelijks leven tegen de dingen aankijk, welke moeilijkheden ik het hoofd moet bieden en dat ik niet altijd krijg waar ik om vraag … werk in progressie !

Studeren aan de universiteit

Studeren aan de universiteit.

Sommige kinderen worden door hun ouders de grond ingeboord, verweten dat ze zo gigantische minkukels zijn en dat ze maar niet moeten denken dat ze er in het leven iets van zullen terechtbrengen. Bij mij was het net andersom. Al sinds de lagere school werd ik vooral door mijn vader de hemel in geprezen als een superintelligent baasje.

Ik vermoed dat ik dat vooral te danken had aan een goed geheugen en ik kon goed en snel rekensommetjes maken. Mijn moeder vond mij, samen met mijn drie andere grotere en oudere broertjes, dan weer de mooiste kindjes van de omtrek, waar ze o zo trots op was.

Leven met de verwijten dat je niks waard bent moet verschrikkelijk zijn, maar aan de andere kant van het spectrum is het ook niet van de poes. Want ik voelde mij verplicht om aan de wensen van mijn vader te voldoen en dus deed ik mijn best. Altijd mijn best gedaan om ‘de eerste van de klas’ te zijn. En dan was er de proclamatie waarop ik telkens naar voor werd geroepen om mijn prijzen in ontvangst te nemen uit de handen van een of andere notabele ( de pastoor, de notaris, de directeur, de industrieel). Eerste prijs in Moedertaal, eerste prijs in Rekenen, eerste prijs in Godsdienst, enz. … en mijn medeleerlingen stonden erbij en keken er naar ( al of niet jaloers, dat hield me niet zo bezig). Onder de trotse ogen van vooral mijn moeder die daar zat te glunderen met de prestaties van haar jongste zoon.

En dan was het voor mijn vader ook evident dat ik later voor de moeilijkste studie zou kiezen: burgerlijk ingenieur ( in NDL: civiel ingenieur). Hij zag me op mijn zesde al directeur worden van een grote metaalfabriek in Zelzate die toen in de stijgers stond en werkgelegenheid ging verschaffen aan duizenden mensen. Ik pruttelde rond mijn twaalfde nog even tegen dat ik liever Latijn-Griekse wou doen in plaats van al die wiskunde, maar er was geen ontkomen aan.

En dus bleef ik mijn best doen, hoewel de resultaten, naarmate ik ouder werd, toch niet resulteerden in de superman waarvoor ik moest doorgaan. Inmiddels was ik in die mate gebrainwashed dat ik voor mezelf ook geen andere opties meer in gedachten had en dus vertrok ik naar de universiteit met de bedoeling dit enerzijds verdomde, maar anderzijds ook wel begeerde diploma te halen. Niet té veel in de toekomst kijken, we zien wel hoe het loopt!

Ik had een studentenkamertje gehuurd in de drukste studentenstraat voor een zeer lage prijs ( 800 frank, 20 € dus) want daarin had ik me toen ook al gespecialiseerd: ik wou niet dat mijn ouders zich enige financiële moeite voor mij zouden getroosten. En dus volstond een ruime studiebeurs moeiteloos om de kosten te dekken. Mijn vader was boer en zijn belastingaangifte liet toe dat hij gecatalogeerd werd onder de lage inkomens wat resulteerde in een maximum studiebeurs.

Mijn verplaatsing naar de studentenstad is toch ook wel een verhaal apart. In de wijk waar ik lagere school had gevolgd woonde een gescheiden dame die dagelijks naar Gent pendelde. Haar werd gevraagd of de mogelijkheid niet bestond om op maandagochtend met haar mee te rijden in haar Toyota Corolla. Geen probleem en zo mocht ik elke maandag verhaaltjes aanhoren over de irritaties die ze had tegenover haar moeder waar zij sinds haar scheiding terug bij inwoonde. Voeg daar nog aan toe een gigantisch voorzichtige bestuurder wat ook de achterliggers op de zenuwen werkte als ze weer eens een kans liet voorbijgaan om de steenweg over te steken ( in gedachten duwde ik dan telkens op het gaspedaal) En daarbovenop pafte ze de ene sigaret na de andere. Ik zag haar nauwelijks zitten in de rookwolk. En zo werd ik rond halfnegen afgeleverd aan mijn kot. Goedkoop, dat zeker en een stuk van mijn legendarische verdraagzaamheid is daar wel ontstaan.
En dan was ik zo doodop van de reis dat ik me maar meteen op de zetel nestelde of liever nog onder de lakens ging. Het begin van een nieuwe week!

De zin om de lessen te volgen verging mij helemaal. Ik probeerde dan op mijn eentje de leerstof wat bij te houden. Veel structuur zat daar ook niet in, ik wist niet te onderscheiden wat wel en niet belangrijk was, kwam in tijdnood en slaagde er dan ook nooit in om een cursus helemaal tot het einde te blokken, waardoor ik een dosis geluk nodig had bij de examens. Dat geluk ontbrak natuurlijk. Er waren nog een aantal factoren die  mijn eerste universiteitsjaar nu niet meteen onvergetelijk maakten, tenzij dan in de negatieve zin. Vooreerst was er één van mijn kotgenoten die blijkbaar de spilfiguur was in een muziekgroepje en die hadden blijkbaar een perfecte oefenruimte gevonden op zijn kot. Rond tien uur ’s avonds hield dat gelukkig op, veelal na  klachten  van mijnentwege. Maar dan werd ik middenin de nacht gewekt door het gehijg, gekreun en gepiep ( het bed natuurlijk ) in de kamer naast mij waar een student tandheelkunde zijn interesses had verplaatst naar andere lichaamsopeningen van onze vrouwelijke medeschepselen. Mijn fantasie sloeg op hol. En daarbovenop volgde een heel strenge winter met voor gevolg, toen in de kerstvakantie alle studenten het huis hadden verlaten, dat de verwarming het liet afweten en ook nog vele radiatoren kapotvroren. En zo kwam ik op maandagochtend na de kerstvakantie aan op een kamer bij -10°C. De kotbaas was wel van goede wil, maar het heeft toch veertien dagen geduurd vooraleer de verwarming was hersteld. En het mocht blijkbaar ook niet al te veel kosten, want er werd in mijn kleine kamer een zeer grote occasie radiator geïnstalleerd, zonder thermostaatkraan, waardoor het van dan af heel moeilijk was om de temperatuur aangenaam in te stellen: ofwel was het er té koud, ofwel was het er té heet. In zo omstandigheden was het dan ook niet mogelijk om in mijn eerste jaar te slagen, dat begrijpt de lezer ongetwijfeld.  Dus ja, dat eerste jaar was een mislukking, ook de tweede zittijd in september leverde nauwelijks een beter resultaat op.

Wat nu gedaan? Ik zag nog steeds geen alternatieven en mijn vader wou nu ook niet direct zijn droom van een jongste zoon met een superdiploma opgeven, zodat ik besliste om een nieuwe poging te wagen, bissen heet zoiets in het vakjargon. Mijn levensstijl veranderde nauwelijks. Ja, er waren wel wat nieuwe vrienden op mijn weg gekomen en de stress verminderde een beetje, ik durfde al eens meer op café te gaan en ook meisjes wat dichter te benaderen. Neen, ik was nog geen kopie van mijn buurman. Maar, wat er het belangrijkste was, Frans kwam op mijn weg. Neen, niet de taal natuurlijk, gewoon Frans, een schitterend student. Als er examens of testen waren zaten we in alfabetische volgorde en Frans was bevriend met een gast die op twee plaatsen van mij zijn zitje had. En zo zijn we aan de praat geraakt en begonnen we elkaar te ontmoeten. We gingen regelmatig samen sporten wat me de kans gaf om ook tijdens de week eens een douche te nemen, dat was wel hoognodig. Wat was er nu zo speciaal aan Frans, zoals al gezegd: een schitterend student met ouders van zeer eenvoudige afkomst. We zaten in een aula met 350 ( waarvan 349 slimme gasten …) en bij de proclamatie begin juli bleek Frans de eerste te zijn van gans dat pak! Applaus op alle banken, maar wie bleek er niet present te zijn: Frans. Hij was al vertrokken op vakantie en vond het niet nodig aanwezig te zijn. Ik heb hem in al die tijd dat ik hem heb gekend nooit op ook maar een lichte zweem van arrogantie kunnen betrappen. En zelfs nu nog, bijna vijftig jaar later, heb ik behoorlijk moeten zoeken om een spoor van hem terug te vinden, ondanks hij er wel een succesvolle carrière heeft opzitten. In de loop der jaren ben ik hem een tijdlang uit het oog verloren.

Dat ik mijn diploma uiteindelijk heb gehaald, meer zelfs, telkens slaagde ik de daaropvolgende jaren in de eerste zittijd, heb ik helemaal aan Frans te danken. Moeilijke stukken van de leerstof ( waar ik gewoon geen snars van begreep) nam hij met mij door en hij kon dat zo eenvoudig voorstellen dat zelfs ik het uiteindelijk wel door kreeg. En dus haalde ik op de meeste van mijn vakken de helft, soms ietsje meer, soms ietsje minder, maar de eindbalans was uiteindelijk altijd positief, hoewel ik meermaals vond dat die proffen me een gunstiger cijfer hadden gegeven dan wat ik zelf in gedachten had. Ik ben te bescheiden.
Achteraf bekeken was het opduiken van Frans in mijn leven ongetwijfeld een wonder, dit was geen toeval. Het was de bedoeling dat ik dit diploma zou halen en dus werd mij van bovenaf een engel gestuurd.  Op dat moment zag ik Frans veeleer als een vriend dan als iemand die mij door God of wie dan ook gestuurd was om mij te helpen mijn studies af te maken.

 

Spreken voor publiek – part 1

Spreken voor een publiek, part 1.

Ondanks mijn grote intelligentie verliep mijn jeugd toch niet helemaal over rozen. Er zat ook heel wat onrust in mij en dat had hoofdzakelijk te maken met wat ik best mag noemen: mijn spraakgebrek.

Geen enkele logopedist zal me tegenspreken, de letters die voor een kind het moeilijkst zijn uit te spreken en die ze dan ook het laatste onder de knie krijgen, of liever onder de tong, zijn de l en de r. Ik had hier dus moeilijkheden mee. En tot overmaat van ramp werkte mijn voornaam hierin ook niet goed mee, tenzij als oefenstof. Maar de r en de l kwamen er voorlopig niet uit en in plaats van Cyrieleke werd ik Cywieweke. Dat werkte op de lachspieren want regelmatig werd me gevraagd, om mij uit mijn kot te lokken: ‘ awel manneke hoe heette gij?’ En dan antwoordde ik natuurlijk: Cywiew. Hilariteit! Weet je dat ik rond mijn 45 ste op een begrafenis een kozijn tegenkwam die me aansprak en vroeg: ‘ Ha, hoe gaat het nog met Cywieweke?’ Val dood man! Het is nooit helemaal goedgekomen met mij. Met de l is het goed geëvolueerd, maar de r bleef een foltering. Ik slaagde er dus niet in de r behoorlijk te laten rrrrrollen zoals ze dat in Vlaanderen doen.

Mijn r valt best te vergelijken met de Engelse r, in Nederland doen ze dat trouwens niet beter. Ik probeerde ook wel eens de huig-r, maar dat vroeg toch wel een hele inspanning. Voorlezen in de klas, het zweet brak me uit. Probeer je verder maar eens in te leven aan de telefoon, naam en adres? CyRiel Van Rumst, HeiRstraat deRtien in Sinaai ( gelukkig niet in Retie of Ruien ). Als ik uiteindelijk aan ‘Sinaai’ toe was kon je mijn T-shirt uitwringen. Dat mijn ouders mij nooit naar een logopedist hebben gestuurd heb ik hen altijd kwalijk genomen. Later wreef ik dat mijn moeder wel eens onder haar neus en daar werd ze zenuwachtig van. Om aan te geven hoe zwaar ik daar aan tilde en hoe diep dat op mij in werkte: toen ik naar de unief trok was ik me er van bewust dat ik vijf jaar later een eindwerk zou moet afleveren en dat dit moest worden verdedigd voor een groep van misschien wel vijftig studenten en professoren. Hoe zou me dat ooit lukken, ik die nog niet voor drie vreemde mensen mijn mond durfde open te doen? Door een wonder en wel op de volgende wijze.

In mijn specialisatierichting zaten we met een 35-tal studenten. Die kwamen uit alle windrichtingen, alle Vlaamse provincies. Maar als ik je vraag wie waren de meest luidruchtige dan is het antwoord daarop overduidelijk: de Antwerpenaren. Een groepje van een zestal studenten dat bij oefeningen of practica het hoge woord voerde. En onder die zes was er nog eentje dat er bovenuit stak, den Bert. Ik had een voorstel ingediend voor een titel van mijn eindwerk en dat hing ad valvas uit. Het had te maken met waterzuivering. En wat gebeurt er? Bert neemt contact op met mij met de melding dat dit onderwerp hem ook wel sterk interesseert en of ik het niet zie zitten om dit werk samen met hem aan te vatten? Hoe is dit mogelijk, Bert die aan mij vraagt om samen te werken aan dit eindwerk ! De hemel klaarde op! Het gaf mij het gevoel dat ik naast Bert niet kon afgaan. En natuurlijk haal ik hem binnen. In de marge vroeg ik me wel af waarom hij zijn eindwerk dan niet realiseerde met iemand uit zijn Antwerps vriendengroepje, maar dat is me later duidelijk geworden. Bert werkte niet graag en uiteindelijk heb ik dat eindwerk voor het allergrootste deel zelf gerealiseerd. Toen hij dan uiteindelijk ook wat tekst op papier kreeg gebruikte hij zo volzinnen die nergens op sloegen waardoor ik dat dan ook nog helemaal moest corrigeren, wat ik best behoedzaam aanpakte, want hij voelde zich dan toch wat op zijn teentjes getrapt. Maar eigenlijk kon me dat allemaal niet schelen, ik had Bert enkel nodig voor mijn eindverdediging en dat hebben we dan ook schitterend gedaan. Ik had wel enkele pilletjes met natuurlijk spul geslikt om mijn zenuwen onder controle te houden.

De verschijning van Bert op het toneel kan ik achteraf absoluut omschrijven als een wonder. Het stond in de sterren geschreven dat ik een diploma van burgerlijk ingenieur zou halen!

Spreken voor publiek – part 2

Spreken voor een publiek, part 2

En dan had ik dat diploma uiteindelijk gehaald met de allergrootste voldoening of de volgende uitdaging bood zich aan. Op zoek naar werk in een periode dat er vrij veel werkloosheid was.

Via mijn broer die melkveehouder was kreeg ik de kans om een stage te lopen in een melkfabriek. Hij had de directeur hierop aangesproken. Mijn passage aldaar was ook een wonder, in die zin dat het me bevestigde dat ik voor de verkeerde studie had gekozen of toch minstens gaf het mij aanwijzingen over een professioneel leven dat ik absoluut moest vermijden. Met de auto er geraken was al een lijdensweg, in de fabriek zag ik het zonlicht niet en de geluiden waren oorverdovend. Ronkende motoren, heen en weerslaande zuigers, kleppen die openden en sloten, en daarbovenop het kletteren van glazen flessen op de lopende band. Bovenop al dat lawaai kon je regelmatig de directeur horen brullen tegen zijn personeel. En dat personeel, velen waren kleine boeren die er de brui aan hadden gegeven omwille van een té laag inkomen en waren dan binnengehaald in een sector waar ze dachten nog bij aan te sluiten. Die overgang verliep niet gemakkelijk en ik ontmoette boeren die regelmatig een kalmeerpilletje slikten om hun hartslag te verlagen, en dat was nodig als de directeur in de buurt kwam. Mijn eerste passage in het bedrijfsleven was geen succes en mijn stagecontract kreeg dan ook geen vervolg. Ik viel terug op een uitkering en kreeg de tijd om me te bezinnen: wat nu?

Het liep dicht tegen de herfst aan toen ik op een mooie nazomernamiddag braambessen stond te plukken op de buiten, met op de achtergrond geluiden van voortsnellende auto’s op de autoweg. Ik voelde me ontspannen en tevreden, maar ook enigszins verward, want het was me helemaal niet duidelijk wat ik van mijn leven wilde maken. Ik vond het heerlijk om niet te hoeven meespelen in het drukke voorthollende leven dat ik hoorde, maar ik wist begot niet wat ik dan wel met mijn leven aan moest. Misschien moet ik wel een bedrijfje opzetten dat confituur maakt ‘op grootmoeders wijze’, waaide door mijn gedachten.

Enige tijd later kreeg ik de tip van een vriend dat de Hogeschool Gent dringend docenten zocht. Hij had hiervoor een uitnodiging gekregen maar was er niet op ingegaan, maar hij was wel zo vriendelijk mij hiervan op de hoogte te brengen. Ik nam onmiddellijk telefonisch contact op met de directie en werd meteen ook uitgenodigd. De directeur stelde me twee vragen. Vooreerst informeerde hij of ik het gepaste diploma had en vervolgens vroeg hij mij of ik drie dagen later kon beginnen. Ik werd dus meteen aangeworven. Het onderwijs godbetert, daar had ik nooit bij stilgestaan als een optie. Maar meteen ook kwam mijn grote angst op de proppen: ik zou alweer het woord moeten nemen voor groepen studenten van vooraan in de twintig. En niet zomaar eenmalig zoals met de verdediging van mijn eindwerk, neen, nu ‘the real stuff’: dagelijks voor een kritische klas. Op de korte tijd die me gegund was bereidde ik mijn eerste lessen voor. En daar stond ik dan vooraan, met een krijtje in de hand en al mijn onzekerheid daar achter. Het werd een fiasco, ik holde door de leerstof, stond te zweten als een os. Maar dezelfde dag nog gebeurt er een nieuw wonder. De directeur nodigde me uit naar zijn bureau, neen, niet om me te berispen omwille van klachten over mijn eerste lessen, maar om me te melden dat hij mij liever een andere opdracht wou geven in de richting Metaalkunde.

En wat was hieraan het grote voordeel voor mezelf: er waren in die richting respectievelijk twee en drie studenten. Een wereld van verschil! Ik gaf dan nog wel les, maar het waren ook meer uitwisselingen, ik had meer écht contact met hen en er werd dan ook wel eens een onderwerp aangesneden dat niet direct tot de leerstof behoorde. Een kolfje naar mijn hand dus. En zo kwam ik mijn eerste jaar als docent vrij probleemloos door. Oef! Het jaar daarop werd ik aangesteld als assistent in de richting Industrieel Ingenieur. Het voordeel daaraan was dat ik tijdens zo een les slechts sporadisch het woord moest nemen. Ik gaf een opdracht, gaf enige aanwijzingen hoe ze het probleem het beste konden aanpakken en tenslotte kwam er een oplossing op het bord, veelal door een student aangebracht. Fluitje van een cent. En zo heb ik dan toch stilletjes aan geleerd om met meer vertrouwen voor de klas te gaan staan. De aard van de vakken was ook zodanig dat ik met mijn opgedane kennis van de universiteit wel een tijdje voort kon, ook dat gaf me meer vertrouwen. In mezelf bleef er wel een stemmetje mij neerhalen dat ik niet voldoende bekwaam was voor die opdracht, ik gaf dat stemmetje trouwens gelijk, maar de moed om zonder veel stress het woord te nemen voor grotere groepen heb ik daar wel bijeengeraapt. Dat betekende nog niet dat ik binnen een grote groep zomaar spontaan de micro zou vragen om het woord te nemen,  daar heb ik het trouwens nog steeds lastig mee.

Een Wonder, rechtstreeks ervaren!

Een Wonder, rechtstreeks ervaren!.

Ik herinner aan de definitie die ik op de home page gaf van een wonder:

Als omstandigheden en  gebeurtenissen in mijn leven in zo een mate positief evolueren  dat ik er (aanvankelijk) helemaal niets van begrijp omdat er ‘onzichtbare krachten’ meespelen.  . ( eigen definitie …)

Dat Frans op mijn weg kwam als persoonlijke studiebegeleider, dat Bert opdook als de ideale persoon om mij doorheen mijn eindwerkpresentatie te sluizen en dat mijn directeur op de proppen kwam met een nieuwe opdracht die me uiteindelijk zou helpen mijn ‘spreekstress’ te overwinnen,  dat waren allemaal gebeurtenissen waar ik me in die periode geen enkele vraag bij stelde , laat staan dat ik dat ook nog wilde begrijpen.  Dingen gebeuren nu eenmaal in je leven. Zonder Frans had mijn beroepsleven er dus anders uit gezien. Zonder Bert had ik sowieso ook wel mijn eindwerk verdedigd, vermoedelijk met een lagere score en wellicht was ik ook niet flauwgevallen op dat podium.  En hoe het me zou zijn vergaan zonder die ingreep van de directeur, who knows? Maar die laatste ingreep stemde me toch wel heel gelukkig. Ik zou dus kunnen zeggen: ik dankte de hemel hiervoor.

De eerste keer dat ik een wonder ervaarde waarbij ik meteen ook de bedenking maakte:’ hé, wat gebeurt hier?’ overviel me toen ik 33 was. Na acht jaar huwelijk en veel twijfels  had ik uiteindelijk al mijn moed bijeengeraapt en een punt achter de relatie gezet. Dertig jaar geleden was het nog niet zo ‘doordeweeks’ om te scheiden, ik was  de eerste in de familie. En je beschouwt zo een beslissing uiteindelijk  als een mislukking, want ik wou mijn kinderen toch eenzelfde warm nest aanbieden als dit waarin ik me had gewenteld.  Niet dus. De beslissing nemen is één zaak, de praktische afhandeling is een andere.  En daar wrong het schoentje, want mijn partner voelde zich behoorlijk tekortgedaan en lag dwars.  Elk voorstel van mijnentwege om tot een financiële regeling te komen en tot een regeling omtrent het bezoekrecht aan de kinderen werd prompt afgewezen. Dat sleepte aan en dat werkte danig op mijn systeem.  ’s Nachts lag ik te woelen in mijn bed en een nacht toen ik de slaap niet kon vatten stapte ik uit bed, ging naar buiten en doolde door de stad. Ik liep en liep, wel een uur lang zonder dat ik tot enig inzicht kwam, met gedachten die me niet uit mijn onrust haalden.  Tot ik uiteindelijk bijna hopeloos mijn blik naar de hemel richtte en smekend verzocht: ‘ Help mij hieruit, ik weet het niet!’ Ik liep enkele tientallen meters verder, er overviel me een ongelooflijke rust en ik hoorde mezelf zeggen: ‘ Waar maak jij je eigenlijk druk om, geef haar wat ze vraagt!’ Wat een idee! Hoe ik daar zelf niet eerder was opgekomen …  . Door het feit dat ik zo totaal ontspannen was twijfelde ik geen moment aan de juistheid van dit voorstel dat door mezelf of door hogere krachten was ingegeven. In de dagen die daarop volgden bleef ik toetsen binnen mezelf of het gevoel daarrond nog goed zat en dat bleek zo. Uiteindelijk is de scheiding voltrokken en heb ik afstand genomen van alles waar ik financieel aanspraak kon op maken en heb ook de regeling rond het bezoekrecht aanvaard.  Zonder enige discussie, zonder voorwaarden.

Een sterker voorbeeld van ‘hogere leiding’ heb ik later nooit meer gehad.